Mijn foto

Laatste reacties

Neem inhoud van deze site over (XML)

15-11-09

Tijdschrijven voor docenten - ook dat is professionalisering!

De Onderwijsraad heeft een advies uitgebracht rondom het verbeteren van de doelmatigheid in het onderwijs. En zoals gewoonlijk wordt daar één detail uitgepikt, uitvergroot en tegen het licht gehouden: docenten moeten gaan tijdschrijven. En natuurlijk wordt dat idee afgekraakt in de media, door onderwijsbonden, bloggers, enzovoorts.

Eerst even het advies:
Onderwijsgeld kan doelmatiger besteed worden. Zeker in het licht van de ministeriële werkgroepen, die momenteel aan het onderzoeken zijn waar geld gevonden kan worden, is het verstandig te kijken op welke manier dat zou kunnen. Voor de raad gaat het om:

Uitgaande van de huidige middelen een verhoging van onderwijskwaliteit tot stand brengen (betere en/of hogere opbrengsten in brede zin)

Geconstateerd wordt, dat het in het onderwijs geen gemeengoed is om rekening te houden met doelmatigheid van met name onderwijsvernieuwingen

Streven naar doelmatig(er) onderwijs is momenteel binnen onderwijs beslist nog geen gemeengoed. Leraren en scholen nemen veel initiatieven om hun onderwijs te vernieuwen en te verbeteren, maar daarbij krijgt doelmatigheid weinig aandacht. Scholen en leraren zijn vooral gericht op onderwijskundige vernieuwing en/of - verbetering. Deze vernieuwingen gaan in de praktijk vaak gepaard met extra kosten en extra inzet van mensen.

Er wordt een aantal maatregelen genoemd:

  1. Gerichte aandacht voor doelmatigheid bij onderwijsverbetering en innovatie
    Niet alleen een vernieuwing, ook de consequenties daarvan doorrekenen.
  2. (Stimuleren van) leren van variatie in projecten
    Onderling vergelijken van effectiviteit van projecten, ook projecten goed monitoren.
  3. (Stimuleren van) het ontwikkelen van instrumenten die inzicht geven in de kosten
    Hier wordt onder andere de Onderwijscalculator genoemd maar ook inzichtelijk maken waar docenten hun tijd aan besteden: tijdschrijven!
  4. Doelmatigheid ook meenemen in het HRM-beleid
    Beoordelen van docenten, ook gevarieerder belonen.
  5. Inzicht geven in resultaatverbeteringen op gebied van doelmatigheid
    Dit gaat verder dan het verantwoorden van de uitgaven, ook een relatie leggen met de kwaliteit. Ook Benchmarking kan hierbij helpen.
  6. Ook andere organisaties betrekken bij het verbeteren van doelmatigheid
    Ook sectororganisatie, vakbonden, etc, kunnen een rol spelen

In dit licht is tijdschrijven één van de maatregelen die kunnen helpen. Door middel van tijdschrijven wordt inzichtelijk gemaakt waar de tijd nou daadwerkelijk aan wordt besteed. Dat inzicht ontbreekt op dit moment.
Tijdschrijven is geen oplossing waarmee de doelmatigheid direct verbetert. Tijdschrijven moet inzicht geven in de tijd die ergens aan wordt besteed. Dan pas kan worden beoordeeld of de tijd ook effectief en efficiënt is besteed.
Nu worden er allerlei bureaucratische horror-scenario's geschetst. Natuurlijk kan er veel mis gaan, varierend van boycottende docenten tot managers die niets met de informatie doen en het weer laten verwateren. Van allerlei formulieren waar allerlei onzin tot in detail moet worden ingevuld tot vooraf gecalculeerde tijdseenheden die mogen worden gebruikt voor een bepaalde taak (je mag 12 minuten besteden aan dit intakegesprek, voor het voorbereiden van die les mag je 37 minuten tellen). Tijdschrijven wordt geassocieerd met wantrouwen en controle.
Als dit soort beelden de discussie gaan overheersen, wordt het inderdaad niks.

Laten we het eens omdraaien.
Een professional is iemand die voor een belangrijk deel verantwoordelijkheid draagt voor het zelf vormgeven van zijn werk. Het is iemand, die kwaliteit van zijn werk hoog in het vaandel heeft staan en voortdurend bereid is te leren om die kwaliteit hoog te houden of zelfs verder te verhogen. Dat vraagt om transparantie. Een professional is dan ook bereid inzicht te geven in zijn activiteiten om op die manier zelf of met anderen te kunnen reflecteren.
Een onderwijsprofessional, die zich hierin herkent, heeft volgens mij helemaal geen moeite met tijdschrijven. Die ziet het gewoon als één van de aspecten die samenhangen met zijn werk als professional in de context van vele andere maatregelen, die nodig zijn om kwaliteit te kunnen leveren met beperkte middelen.

11-11-09

(Virtuele) Onderwijsdagen - Dankzij de onderwijsdagen

Professor van Saemen, buitengewoon hoogleraar  Educatieve historie over de gespannen relatie tussen onderwijs en ICT.

Verstopt In een stroom van woordgrappen, ondoorgrondelijke rekensommen, gedichten, taalkronkels en loftuitingen aan Toine Maes presenteert van Saemen drie bedreigingen:

  • overnemen van dingen die je zelf kunt door een appraat leidt tot het amputeren van eigen vermogens,
  • er is sprake van een scheve man-vrouw verdeling in onderwijs (V) en ICT (M)
  • het gebruik van jargon en afkortingen

Hoewel hij regelmatig de zaal aan het lachen krijgt, blijft er van de hoge verwachtingen niet echt veel overeind. Leuke presentatie, maar niet het inspirerend slot dat er van verwacht werd...

Laten we maar niet teveel gaan klagen,
wat we er van hebben overgehouden was toch dankzij de onderwijsdagen.

(Virtuele) Onderwijsdagen - Over het puberbrein

De eerste keynote van de tweede Onderwijsdag is Huub Nelis, Directeur  van YoungWorks, co-auteur van Puberbrein binnenstebuiten, (Moqub heeft ook uitgebreid aandacht aan het boek besteed).

Met een puberbrein wordt eigenlijk een zich ontwikkelend brein bedoeld, niet alleen dat van pubers. Er is inmiddels veel inzicht  in de werking en ontwikkeling van hersenen, mede door moderne hersenscantechniek (al kun je dat nou niet bepaald 'filmen', zoals hij stelt).

Zijn jongeren van vroeger nog echt anders dan die van tegenwoordig? Aan de huidige jeugd worden allerlei dingen toegeschreven die echt niet waar zijn, dat zijn mythes. Jongeren zijn al eeuwenlang hetzelfde als het gaat om de emotionele ontwikkeling. Er zijn natuurlijk verschillen en dan met name ten aanzien van communicatiemiddelen en communicatie. Maar vrienden zijn nog steeds belangrijk: "Wie ben ik, wat vinden anderen van mij?" Het gaat om verbonden zijn.

Onze maatschappij is er de laatste tijd erg op gericht om jongeren ruimte te geven om zich te ontwikkelen. De jongerencultuur is dominant geworden, jongeren worden sneller volwassen.
Volwassenen zijn daardoor onzekerder, jongeren worden overschat.

Het brein is rond het 12e levensjaar qua volume volgroeid, maar ontwikkelt zich door tot het 25ste. Er worden dan steeds meer verbindingen gevormd. Ontwikkeling vindt daarbij plaats van achteren naar voren, van grove motoriek naar fijntuning. Van de kleine hersenen naar de frontaalkwab. Daar moet de balans tussen ratio en emotie worden geregeld. Die ontstaat dus pas in een later stadium.
Voor die tijd heeft de amygdala de overhand, daar worden juist de emoties geregeld. Daardoor worden problemen eerder met een knuppel dan met beleid opgelost. Een helikopterview, een besef van langetermijn consequenties van het eigen handelen is nog niet uit ontwikkeld.
Daarbij stijgt de hormoonspiegel. Dat leidt naar hang naar sensatie, naar kicks. Biologisch wel te verklaren omdat jongeren anders het nest niet zouden durven te verlaten.

In de omgevingen zijn er verschillende partijen die een rol spelen: thuis - school - peers - overige opvoeders. Dingen worden belangrijk, juist door de mening van de omgeving, en vooral dat deel van de omgeving waar je echt bij wilt horen (je 'peers').
Voor ouders is het belangrijk om het in de gaten te houden, te weten waar jongeren mee bezig zijn. Het is een mythe dat ze al veel verder zijn dan de jeugd van vroeger. Ze weten niet meer van sex al zien er meer van. Houd contact!

Het verhaal wordt vervolgd met een reeks adviezen voor opvoeders en leraren, die er kort gezegd op neer komen dat betrokkenheid, positieve aandacht, stimulatie, waardering en aandacht, hulp bij het maken van keuzen belangrijk zijn. Allemaal heel waar, maar eerlijk gezegd een beetje te simpel gebracht. Wat meer over het ontwikkelende puberbrein en leerprocessen was niet verkeerd geweest...

Het goede nieuws is in elk geval: het gaat allemaal over...

10-11-09

(Virtuele) Onderwijsdagen - Yes, een crisis

De tweede keynote van de Onderwijsdagen was van Marc Lammers, oud bondscoach van het dames hockeyteam, dat in 2006 de Wereldcup en in 2008 de goudenmedaille op de Olympische Spelen won. Een inspirerend verhaal waarbij het accent steeds werd gelegd op het positieve in plaats van het negatieve, op kracht in plaats van op zwakte. Daarnaast liet hij zien hoe innovatie het verschil kan maken. Ook aandacht voor het leerproces, dat zijn teamleden maar ook hijzelf doormaakte.

"Als ik keek bij mijn eigen team zag ik steeds problemen, keek ik bij een ander, zag ik mogelijkheden." De focus van een trainer is anders dan die van de spelers. Als je bij de spelers komt met de boodschap: 'Het gaat om het deelnemen, niet om het winnen', dan heb je afgedaan. Het gaat de spelers om het winnen!
Maar focussen op alleen winst is gevaarlijk. Je bent ook afhankelijk van de tegenstander, de scheidsrechter, het weer... al zijn dat voor een belangrijk deel ook smoesjes! Een coach focust niet op het resultaat maar op het proces. Daar heeft hij invloed op. En dat betekent: meten is weten.

Lammers heeft op allerlei manieren gemeten, bij zijn tegenstanders, in zijn team, bij de individuele speelsters. Zo kwam hij er achter, dat ze trainden met 30m sprintjes terwijl in de praktijk bleek dat de meeste sprintjes niet boven de 16 meter uitkwamen. Door daar op te trainen werd het team net iets sneller. Speciale camera's brachten spelbeelden driedimesionaal in kaart voor snelle analyses, Google maps liet zien op wat voor manier de tegenstanders trainden.
Kansen liggen er als er problemen zijn, bijvoorbeeld temperatuur in China in augustus. Door te kijken bij Anke van Grunsven ontstond het idee om ijsbaden te gebruiken om sneller af te koelen, om sneller te herstellen. Daar waren zijn speelsters niet meteen van overtuigd. Maar bij innovaties is er altijd weerstand. complimenten komen pas later ('Hé, er is geen ijs, wat belachelijk!').

Je kunt alleen maar verschil maken door te vernieuwen. Hoe hoger aan de top hoe moeilijker is het om te innoveren. Eén van de speelsters had een potentieel goede strafcorner, maar het lukte steeds net niet. Krachttraining levert hardere corners op die harder over gingen. TNO heeft onderzoek gedaan met sensoren om houding, beweging en kracht te kunnen bepalen. Dat leverde het inzicht op dat een net wat langere stick het verschil zou maken tussen net mis en met raak.

Met erg leuk filmpje werd de rol van een innovatiemanager gedemonstreerd.

Hij ging ook in op zijn eigen leerproces. Door mensen niet altijd te helpen maar hun eigen fouten te laten maken ("laat zoonlief zijn eigen tas in pakken, dan is hij het zelf schuld als er iets vergeten is"). Dat zie je ook bij de spelers, die overstappen naar de internationals. Die hebben zelf nog nooit gekookt en worden meteen 5 kilo zwaarder. Die gaan nu met eerste een voedingsdeskundige naar de supermarkt en krijgen twee weken kookles.

Hij ging ook in op zijn eigen leerproces. Lammers gaf aan dat hij in onderwijs altijd al had ervaren dat de focus lag op de onvoldoendes in plaats van de dingen waar hij goed in was. Ook bij trainingen werd daar het accent gelegd. Zo werd er bij één van de speelsters veel getraind op technieken, waar ze niet goed in was. Die werd voortdurend bevestigd in slechte eigenschappen. Pas toen ze gevraagd werd werd waar haar sterke kant lag, werden resultaten gescoord.

"Hersenen kennen het woordje niet niet. Dus mijn reactie 'Niet op de backhand spelen' werkt niet. Maar als dan gevraagd werd, waar wel op gespeeld moest worden, wist ik het niet."
NLP (Neuro Linguistisch Programmeren) gaf hem het inzicht dat je moest zoeken naar de mogelijkheden. Daarin moet je mensen laten excelleren. Dan kan er een flow ontstaan. Op die manier kun je de diversiteit gebruiken: ieder op zijn sterke kracht.

Benaderen van beperkingen is juist het negatieve versterken. Mensen compenseren dat met andere gaven. De beste telefonistes zijn blind, dyslexie wordt gecompenseerd met ruitelijk inzicht, etc
Gebruik van sterke kant levert zelfvertrouwen, levert mogelijkheden om te werken aan minder sterke punten.
Samenvattend:

  • Winnaars hebben een plan, (een persoonlijk ontwikklingsplan maar ook een teamplan)
  • Verliezers hebben een excuus
  • Winnaars zeggen: mogelijk
  • Verliezers zeggen: moeilijk
  • Winnaar laten iets gebeuren
  • Verliezers wachten tot iets gebeurt

Op die manier kan het echt werken: Yes, een crisis!

(Virtuele) Onderwijsdagen - de aftrap

De onderwijsdagen zijn begonnen met een film van het Surfnet Kennisnet Innovatieplatform. In onderlinge samenwerking zijn programma's geïnitieerd rondom gaming en mobile learning. Ook op andere terreinen is het platform actief.

Vervolgens verschijnt Plasterk als avatar in een virtuele omgeving. In zijn korte openingstoespraak noemt hij het belang van innovatie al geeft hij daarbij aan dat veranderingen in de quartaire sector nooit zo snel gaan als in de primaire en secundaire sector. Hij maakt nog even reclame voor WikiWijs en vertrekt dan weer in een virtuele wolk...

Wim Liebrand reageert vervolgens op een mogelijke dubbele bodem in het verhaal van Plasterk. Hij maakt duidelijk dat het gebruik van ICT in het onderwijs het onderwijs zelf niet goedkoper maakt! Er is niet alleen behoefte aan innovatie maar ook aan implementatie!

Dan wordt het podium vrijgemaakt voor Richard Baraniuk die zijn keynote wijdt aan Open Education. Hij onderkent twee belangrijke enablers voor de OE-beweging: technologie (Web/XML, internet) en intellectueel eigendom (creative Commons). Hij laat aan de hand van de bekende legometafoor zien dat het werken met lossen leereenheden kunnen bijdragen aan het samenstellen van persoonlijke leerroutes, dat het mogelijkheden oplevert voor hergebruik.
Baraniuk beschrijft het Open Education System: (authoring - editing - quality control - distribution - use) niet als een keten maar als een ecosysteem. Hij noemt allerlei voorbeelden van de ecosysteem benadering:

  • Open materiaal biedt mogelijkheden voor printing on-demand, een wijziging vandaag is in de print van morgen verwerkt - snellere updates
  • Hij beschrijft een voorbeeld waarbij 15 auteurs er achter kwamen dat ze allemaal hetzefde boek wilden gaan schrijven. Daarbij bleek ook dat 90% van de inhoud overal hetzelfde was. Door samenwerking ontstond een online ''supertextbook'.
  • Met gebruik van technologie kan aan het 'zien' (lezen) het doen worden toegevogd: interactiviteit. Formules kunnen op die manier met applets tot leven worden gebracht.

De grote meerwaarde van Open Education zit hem niet eens in het delen van kennis (outreach) maar vooral dat anderen dingen kunnen toevoegen, aanpassen (inreach).
Er ontstaan wereldwijd allerlei initiatieven om kennis via open structuren beschikbaar te stellen. Zo is er het Budapest Open Access Initiative. In de wetenschap bestaat er het Capetown Initiative (niet gevonden). Overheden sluiten zich aan door ook steeds meer voor te schrijven dat resultaten van onderzoek publiek eigendom moeten zijn (UK: "Medical research is public good"). Ook Wikiwijs wordt in dat rijtje als een een top down initiatief gepresenteerd.

Baraniuk gaat ook in op de financiële aspecten en duurzaamheid. Hij stelt dat de huidige situatie zeker niet duurzaam is, als je ziet dat de prijzen van educatieve boeken over het algemeen 4x de inflatieindex overstijgen. Als je dat vergelijkt met wat er inmiddels is gebeurd in de wereld van kranten, software en muziek moet je wel concluderen dat een nieuw systeem nodig is. Hij geeft aan dat er behoefte is aan nieuwe businessmodellen. Zie o.a. 'Free' van Chris Anderson, gratis te downloaden. (Noot: Zie in deze context ook het verhaal van Osterwalder over nieuwe businessmodellen, zeer de moeite waard!

Tot slot gaat Baraniuk nog in op 'Quality control'. Open access levert vaak veel snelle een verbetering op dan in de traditionele situatie. Vergelijk Wikipedia met Encyclopedia Brittanica. In de wetenschap wordt peerreview gebbruikt, maar dat systeem staat door de toenemende stroom publicaties onder zware druk. Door het gebruik van social software, vergelijkbaar met Delicious of Flickr ontstaat een schaalbare manier van kwaliteitscontroles in de vomr, die hij aanduidde als 'lenzen'.

Een korte reflectie op het verslaan van een presentatie via streaming media in een ziekbed: dat valt niet zo mee. Er is meer afleiding ('Wil je nog koffie? De printer doet raar, kun je even...?'), de regisseur stelt andere prioriteiten in wat hij laat zien dan waar ik als waarnemer behoefte aan heb (ik mis tenminste hele stukken uit de presentatie omdat die te kort in beeld kwamen). Daar is allemaal wat aan te doen (presentatie vooraf of Slideshare, of gebruik maken van Rich Media, natuurlijk. En op de deur een bordje ''Even niet storen").

9-11-09

Geen Onderwijsdagen voor mij

Op dit moment lig ik een beetje Mexicaans uit te zieken (even er van uitgaande dat die milde griep, die ik heb, daadwerkelijk de Mexicaanse is, natuurlijk). Te duf en duizelig om op te staan, niet beroerd genoeg om te gaan liggen niksen.
In elk geval gaat het Edubloggers diner aan mij voorbij net zoals de Onderwijsdagen. Hoewel, we hebben natuurlijk ICT...

De keynotes zijn via streaming video live te volgen. Ik heb de wekker in mijn telefoon al gezet.
En dan is er Twitter al heb ik er weinig vertrouwen in dat me dat echt iets oplevert.
Het gaat natuurlijk om blended learning: ICT combineren met live aanwezigheid. Ik heb in het programmaoverzicht mijn eigen verlanglijstje gemaakt en doorgestuurd aan een collega, met het verzoek me er later over bij te praten.

Nou eens kijken wat het in de praktijk oplevert.

8-11-09

CCC - Nieuw onderwijsconcept met ICT

Onder de titel "Grenzeloos en gevarieerd leren op de werkplek" is bij ROC Eindhoven een start gemaakt met een nieuw concept voor een BBL-zorgopleiding. In samenwerking met de Vitalis Woonzorggroep en het kenniscentrum Calibris en met ondersteuning van het Surfnet - Kennisnet Innovatieprogramma is dit nieuwe concept opgezet.
(Beetje verwarrend in de rapportage is dat de termen onderwijsconcept en leerconcept door elkaar worden gebruikt terwijl er ook nog wel te zeggen zou zijn om te spreken van een onderwijsorganisatieconcept)

Kern van het nieuwe concept is het laten vervallen van de vaste schooldag en een betere afstemming op de individuele situatie van de studenten. Veel ICT-middelen en een andere opzet van het opleidingsprogramma en de begeleiding onder het motto Connected - Concentrated - Convenient (CCC). Geen colleges meer op school maar via streaming video, een palmtop om informatie te kunnen opzoeken, werkcolleges bij de werkgever, de mogelijkheid om via de elo (Fronter) vragen te stellen, te discussieren of ook om online samen te werken, enzovoorts.

Het nieuwe concept is gebaseerd op een vijftal ontwerpprincipes:

  1. Niet meer naar school voor hoorcolleges
  2. Leermateriaal altijd beschikbaar
  3. Maar rust voor studie en reflectie
  4. Afstemming ROC - Vitalis
  5. Online samenwerken

Er moeten wel wat praktijkproblemen worden opgelost. Zo is de beschikbaar van (draadloos) internet bij Vitalis geen vanzelfsprekendheid, moeten (school- en werk) roosters worden aangepast, het materiaal van het ROC en Vitalis meer op elkaar worden afgestemd, een andere werkverdeling worden gemaakt mbt de begeleiding van de studenten, maar ook dat niet alle studenten al even vaardig zijn in het gebruik van ICT! Nog een apart probleem is, dat het nog niet duidelijk is deze vorm van onderwijs bij de Inspectie door de beugel kan. Daar moet nog overleg over plaatsvinden. In elk geval wordt hier weer een boeiende stap vooruit gezet, zoals de Stuurgroep CCC zelf ook verwoordt:

CCC Leren is geen ICT project, maar een nieuwe manier van werken en opleiden. De waarde van het CCC Leren zit in de intensivering van de begeleiding en het leertraject op maat. Dit project is een must met het oog op de toekomstige beroeps‐ en opleidingspraktijk.

1-11-09

Uitslag Plugfest Educatieve Leermaterialen

Op 6 oktober 2009 werd in Utrecht een Plugfest Educatieve Leermaterialen gehouden. Ik mocht daar als één van de panelleden een oordeel vellen over de manier waarop auteursomgevingen en afspeelomgevingen voldeden aan uitwisselingsstandaarden.

Inmiddels is de uitslag bekend! Lectora presteerde het beste als auteursomgeving, N@Tschool als afspeelomgeving. De content van Noordhoff voldeed van de uitgeverijen het beste. Lees hier de hele uitslag in pdf, hier de samenvatting.
Natuurlijk moet alles met een flinke korrel zout worden genomen, want de eindconclusie was wel dat er nog veel te doen is! Maar, zoals gezegd (en hierbij herhaald): de winst zit hem op dit moment in de bereidheid van de leveranciers om te participeren en zich kwetsbaar op te stellen. Daar mogen we een volgende keer ook op hopen. Ik kan het niet laten: de volgende keer kunnen we met eenzelfde resultaat niet blijven juichen over de bereidwilligheid van leveranciers. Er wordt dan wel wat meer verwacht!

22-10-09

Leren goed geregeld

Het KPC heeft recent een nieuw boekje uitgebracht onder de titel 'Leren goed geregeld'. René Strijbosch, Harrie Gankema en Ton Bruining hebben veel denkwerk en praktijkervaring bij elkaar gebracht in een poging een oplossingsrichting te bieden in het vraagstuk rondom onderwijslogistiek.
Ik ben er nog niet helemaal uit of ze daar daadwerkelijk in geslaagd zijn. (Het feit alleen al dat ik daar aan twijfel geeft al aan dat ze dus eigenlijk (nog) niet geslaagd zijn!) Tegelijkertijd biedt het boekje wel een aantal heel interessante uitgangspunten en aanknopingspunten.

Heel kort gezegd geven de auteurs een handreiking voor de manier waarop je een onderwijscatalogus kunt samenstellen op basis van een leerpsychologische benadering van het curriculum. Op basis daarvan kun je het onderwijs flexibel(er) inplannen. Daarvoor wordt een stappenplan aangereikt dat aan de hand van een duidelijk voorbeeld wordt uitgewerkt. Sterk in de benadering maar eerlijk gezegd wat minder sterk in de uitwerking.

De leerpsycholische benadering gaat uit van 4 (niveaus van) kennissystemen: Handelen, begrijpen, verwoorden en sociaal functioneren.
Handelingen leer je door te doen. Logische werkvormen hierbij zijn instructie, nadoen, oefenen. Begrip ontstaat met trial en error, door projecten uit te voeren, bijvoorbeeld. Verwoorden gaat over het opdoen van kennis door het gebruik van bronnen. Sociaal functioneren gaat over samenwerkend leren, samen reflecteren.
Door een curriculum op het niveau van werkprocessen te analyseren op deze componenten kunnen afzonderlijke leereenheden worden geformuleerd die de genoemde werkvormen kunnen worden ondersteund. Door hier slim naar te kijken, kun je veel efficiencywinst behalen. Zo zijn er werkvormen, die door een student zelf of in een groepje kunnen worden doorgewerkt. Ook kunnen elementen, die normaal gesproken als één geheel worden gezien, worden opgesplitst. Op die manier kan een langdurig praktikum worden onderverdeeld in een (zelfstandig door te werken) voorbereidingsdeel en een (korter) begeleid praktikum.
Op die  manier kunnen uit een vak ook delen worden gehaald die roc-breed zouden kunnen worden aangeboden, delen die sectorspecifiek zijn en delen van heel specifieke beroepsafhankelijke onderwerpen. Onderwijslogistiek biedt op die manier meer efficiëntie!

In de uitwerking komt toch een aantal grote en kleine gebreken aan het licht.

  • De indeling in 4 kennissystemen voelt niet overal lekker aan. Het komt dicht bij de gelaagdheid, die we vroeger ook in de indeling van 'de Block' aantroffen: weten (en kunnen) - inzien - toepassen - integreren en zo.
    Naar mijn gevoel horen begrijpen en verwoorden veel dichter bij elkaar te staan dan in het kennismodel van KPC. Je kunt immers laten zien, dat je iets begrijpt door het te verwoorden. Expliciteren lijkt me dan een betere term voor het model. Dat op dat niveau het raadplegen van bronnen zit, vind ik wel weer logisch. Je moet immers al het een en ander weten en begrijpen voordat je kunt vaststellen of een bron een antwoord biedt op je zoekvraag. Bij expliciteren hoort ook reflecteren over je eigen handelen. Dat komt in het KPC-model pas op een hoger niveau aan de orde.
    In het boekje wordt een voorbeeld uitgewerkt. Daarbij wordt bijvoorbeeld het 'Analyseren van een werkproces' onder handelen geschaard, terwijl dat naar mijn idee op een veel hoger niveau thuishoort (expliciteren).
    Is een helemaal correcte indeling noodzakelijk? Ja en nee, ik zou de voorgestelde indeling als voorbeeld kunnen gebruiken en een soortgelijke, eigen indeling kunnen maken als basis voor een eigen curriculumdecompositie. Het punt is wel dat wanneer een organisatie ermee aan de slag gaat er overeenstemming dient te zijn over het model omdat het anders leidt tot veel discussies over waar iets thuishoort.
  • Er wordt een pleidooi gehouden voor een decompositie van het curriculum in allemaal kleine eenheden. Heel logisch, past in de ideeën dat flexibiliteit georganiseerd zou moeten worden vanuit een onderwijscatalogus. Hier wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat er nog een probleem zit in deze fijnmazige decompositie: dit leidt tot een gigantisch groot aantal leereenheden met alle consequenties voor de beheerbaarheid daarvan.
  • Daarnaast mis ik een waarschuwing voor een mogelijk verkeerde interpretatie van het waarom van de decompositie: het opsplitsen in kleine eenheden gebeurt op organisatorische gronden. Het is niet de bedoeling dat al die eenheden worden beschouwd als toetsbare eenheden. Dat zou leiden tot een enorme toetsfabriek.
  • In een uitgebreid stappenplan wordt een decompositie van een werkproces van een kerntaak van een opleiding voorgedaan. In het voorbeeld lijkt het simpel. Hier wordt echter geen rekening gehouden met de afstemming van de inhoud op andere kwalificatiedossiers, op andere opleidingen. Wie zoekt nu uit of bepaalde elementen ook terugkomen in andere opleidingen en dus maar één keer in de catalogus hoeven te worden opgenomen?
    Dit staat nog los van het feit, dat op dit moment in verschillende kwalificatiedossiers dezelfde elementen verschillend staan omschreven. Hier ligt op standaardisatiegebied nog een schone taak voor Colo (zoals al een hele tijd bepleit door Frans Thijssen van de Leijgraaf!).
  • (En dan zijn er nog wat slordigheidjes. In een toelichting op een tabel staat een opmerking dat bepaalde elementen apart zijn gezet terwijl ze in de tabel wel zijn toegewezen aan een categorie. Op een andere plek wordt aangegeven dat een bepaalde training direct moet volgen op een workshop. In de voorbeeldplanning daarna staat de workshop echter na de training ingepland.)

Hoofdstuk 3 gaat in op een aantal consequenties voor de organisatie voor beheer van mensen en middelen en het meten en monitoren. MBO-instellingen kennen meestal een functiebouwwerk terwijl dat moeilijk past bij deze manier van organiseren. Het hoofdstuk laat zien hoe je binnen een functiebouwwerk slim kunt omgaan met rollen. Terecht wordt het stukje over meten en monitoren aangegeven dat objectief toetsen eigenlijk geen recht doet aan het ontwikkelen van competenties.

…'u mag zes onafhankelijke, eendimensionale toetsen niet optellen en zeggen dat ze samen het zesdimensionale begrip voor gastvrijheid dekken'…

Samengevat: ik ben best blij met het boekje, niet omdat het de ultieme oplossing biedt voor onderwijslogistieke vraagstukken maar vooral omdat het inspiratie en een aantal handreikingen geeft.

15-10-09

Blog Action Day 2009 - Climate Change

BadgeOngetwijfeld zullen veel van de bijna 10.000 blogs die vandaag aandacht besteden aan Blog Action Day 2009 ingaan op de oorzaken, de gevolgen en de noodzaak om er snel iets aan te doen. Ik zou graag wat dieper in gaan op de complexiteit van het klimaatsysteem al is het alleen maar omdat me dat enorm fascineert. Ik heb hier te weinig plek (en nu te weinig tijd) om dat heel uitgebreid te doen. Laat ik gewoon wat elementen noemen.

Het principe achter het broeikaseffect is het feit dat gassen in de atmosfeer zonlicht absorberen en weer als infrarood (warmte) uitstralen. Daarmee vormt de atmosfeer als het ware een deken rondom de aarde. (Leuk wordt het als je daar wat aan kunt rekenen. Dat heb ik in mijn tijd als milieudocent met mijn studenten gedaan met dit soort formules.)
Ik heb het altijd heel boeiend gevonden hoe de aarde als dynamisch systeem wordt aangedreven door zonneënergie, resulterend in een complexe samenhang tussen aarde, water, atmosfeer en ecosystemen in de vorm van allerlei kringlopen met terugkoppelingen en buffers (leuk beschreven door James Lovelock in zijn boek Gaia maar bijvoorbeeld ook door Peter Westbroek in Life as a geological force). Deze terugkoppelingen en buffers beschermen het natuurlijk evenwicht. Denk aan dingen als:

  • Meer warmte = meer verdamping = meer wolkvorming = meer terugkaatsing zonlicht (albedo-effect)
  • Op die manier draagt zelfs woestijnvorming bij aan een groter albedo-effect
  • Meer kooldioxide in de atmosfeer = meer plantengroei, daardoor zal bij een matige kooldixide productie (én het behoud van bossen) het gehalte aan kooldioxide op een bepaald moment constant blijven op een iets hoger dan het oorspronkelijk niveau
  • Een stijgend gehalte aan kooldioxide in de atmosfeer wordt gedempt doordat ook meer kooldioxide in de oceanen wordt opgenomen, met name aan de polen omdat het beter oplost in koud water
  • Enzovoorts

Het milei kan dus wel tegen een stootje, juist door dit soort mechanismen, als we het tenminste niet te bont maken!
Het zijn nu juist die terugkoppelingen en buffers, die door menselijke ingrepen onder druk komen te staan. Er bestaat een reëel risico dat het bestaande evenwicht in één keer omver geworpen wordt door positieve terugkoppelingen (versterkende effecten), bijvoorbeeld:

  • Met het verdwijnen van poolkappen wordt ook het albedo kleiner, waardoor meer warmte wordt vastgehouden.
  • De ondergrond van de toendra is altijd bevroren (permafrost). Het organisch materiaal van tientallen eeuwen ligt daarmee vast. Als de permafrost verdwijnt (het ijs smelt) gaat het organisch materiaal rotten en komt er methaan vrij, een veel sterker broeikasgas dan kooldioxide.
  • Op de oceaanbodem komen gigantische velden methaanhydraat voor: methaanmoelkulen in een ijslaagje (ook wel methaanijs genoemd). Bij het opwarmen van de oceanen kan in een keer een enorme hoeveelheid methaan vrijkomen, dat niet alleen het leven in zee bedreigt maar ook het broeikaseffect versterkt.
  • Oceaanstromen kunnen door temperatuurveranderingen anders komen te liggen waardoor zelfs een nieuwe ijstijd kan worden getriggerd.

Kortom, experimenteren met het milieu brengt enorme risico's met zich mee. We mogen hopen dat wetenschappelijke inzichten uitstijgen boven het kortetermijn-eigenbelang-denken.